Volgens neef en nicht Raimond en Miranda Brammerloo is deze hulp in de praktijk uitgebleven. Zij geven aan dat Duncan, de in Rotterdam woonachtige zoon van Edith Brammerloo, tot afgelopen zondag geen contact of ondersteuning heeft gekregen van Nederlandse instanties, zoals de autoriteiten, Slachtofferhulp Nederland, het consulaat of de ambassade, noch van Surinaamse instanties.
De familie meldt dat zij herhaaldelijk hebben geprobeerd contact te leggen, maar daarbij steeds op onbereikbaarheid stuitten. Instanties verwezen onder andere naar de feestdagen. “Wij hebben talloze pogingen gedaan richting Suriname zonder resultaat,” schrijven zij aan Waterkant.Net. Gezien de ernst van de zaak ervaren zij dit als bijzonder schrijnend.
Volgens de familie heeft deze onjuiste berichtgeving inmiddels concrete gevolgen. In Suriname ontstaat het idee dat de in Nederland wonende nabestaanden geen interesse of respect tonen, omdat zij niet afreizen. Dit leidt tot spanningen en verwijten, terwijl er volgens de familie grote praktische en menselijke belemmeringen zijn die reizen bemoeilijken.
Zo ontbreekt het aan financiële middelen en geldige reisdocumenten, en is er onvoldoende emotionele en psychische ondersteuning. Ook andere directe familieleden van de overledene, waaronder een broer en zus, zijn op leeftijd, chronisch ziek en zouden alleen onder medisch toezicht kunnen reizen, wat financieel niet haalbaar is. Volgens de nabestaanden is ook deze familie niet benaderd of geïnformeerd door instanties.
De familie benadrukt dat zij alles doen om informatie te verkrijgen en passende stappen te zetten, maar zich volledig alleen voelen. Zij roepen de media op om de werkelijkheid van de nabestaanden te belichten. Volgens hen vergroot het verschil tussen berichtgeving en hun ervaringen het verdriet en gevoel van isolatie. Zij noemen hun oproep niet alleen een correctie, maar ook een noodkreet richting zowel de Nederlandse als de Surinaamse overheid.
